Het bos der Muscardins is  een natuurlijk opgegroeid, structuurrijk loofbos van ongeveer 23 hectaren groot, die zich tot een bijzonder rijke biotoop heeft kunnen ontwikkelen. Alreeds in de 18de eeuw stond de locatie  al ingekleurd als oever- en loofbos op de Ferrariskaart.

 

Vandaag de dag leven er door de Waalse wetgeving en bij Europese Richtlijnen, beschermde diersoorten zoals de ringslang en de vuursalamander. Deze dieren zijn elders in België zeldzaam geworden, maar in dit bos  komen ze nog veelvuldig voor.  Hazelmuizen zijn er verschillende malen opgemerkt. Bijzondere vlinders fladderen er rond. Hun aanwezigheid is op zich een bewijs van de bestaande biodiversiteit.

De boomlaag bestaat uit hoogopgaande eiken en berken, maar men treft er eveneens oude beuken, haagbeuken, ratelpopulieren en zwarte elzen aan.

 

De struiklaag is goed ontwikkeld en gevarieerd. De dominante aanwezigheid van hulst, een plant voor oudere loofbossen, valt dadelijk in het oog. Door intensieve bosexploitatie is dit een zeldzaam fenomeen geworden. In het bos der Muscardins zijn sommige hulsten uitgegroeid tot ware bomen. Verder bevat de struiklaag wilde lijsterbes, sporkehout (vuilboom), boswilg en hazelaar.

 

De kruidlaag is ook bijzonder gediversifieerd en herbergt de karakteristieke vegetatie van de ardense bossen. De belangrijkste planten zijn blauwe bosbes, struikheide, bosanemoon, hengel, braam, verschillende soorten varens,  kamperfoelie, krans- en gewone salomonszegel. 

De zwarte specht, de grote, middelste en kleine bonte specht, de raaf, de goud- en de appelvink, de grauwe vliegenvanger en de boompieper zijn maar enkele van de op te sommen vogels, naast de roofvogels als daar zijn verschillende soorten uilen, de buizerd, de sperwer, de havik,…  Zelfs de zwarte ooievaar komt vissen in het bos der Muscardins.

 

Veel zoogdieren vinden in het bos een onderkomen We vermelden alvast de boommarter, de das, de grote bosmuis, de hazelmuis,...

 

Van reptielen verwelkomen we er de ringslang, de hazelworm, de levenbarende hagedis en de muurhagedis en van amfibieën de vuursalamander, drie soorten watersalamanders, kikkers, padden, …

 

Verschillende vlinders en de vleermuizen moeten nog nauwkeuriger worden geïnventariseerd maar het bos herbergt in ieder geval een grote soortenrijkdom.  Van zeldzame insecten vermoeden entomologen dat het mythisch vliegend hert er zich ophoudt. 

Het bos der Muscardins kent uiteenlopende biotopen, waarin verschillende diersoorten hun leefgebied vinden. We vinden er dicht bos en open plekken, een beek en beekoevers, moerasjes (waarin amfibieën zich thuis weten), droge heidevlaktes (die slangen en hagedissen aantrekken) en struwelen.

Een mooie bronbeek, Le Ry Pasteuri, loopt door het bos en vormt kleine moerassige gebieden. Kikkers, padden en watersalamanders komen er in de lente hun eitjes afzetten en een beetje later in het jaar deponeert de vuursalamander zijn larven in het water. De ringslang, een goeie zwemmer, gaat in de beek en langs de oever op zoek naar prooien zoals amfibieën en vissen.

 

De vochtige zones langs de beek, waar een vegetatie groeit eigen aan dat soort milieu, zijn de geëigende voortplantingsplaatsen van de amfibieën en het ideaal jachtgebied voor de libellen.

 

De beekforel is vertegenwoordigd in de Ry Pasteuri, en waarschijnlijk ook de rivierdonderpad. Dat is ook de reden waarom de zwarte ooievaar er soms gespot kan worden.

Er zijn veel redenen om dit bos de kwalificeren als natuurreservaat. Bovendien is het vrijwel zeker dat er nog tal van te ontdekken planten- en diersoorten voorkomen. De fauna en de flora van het bos zijn nog niet systematisch geïnventariseerd.